informatie over stotteren

INLEIDING

Stotteren ontstaat tussen de leeftijd van 2,5 en 9 jaar. Van de kinderen die stotteren die naar het eerste leerjaar gaan, stottert reeds 80 %. Ongeveer 5 % van alle kinderen stottert gedurende een periode in hun leven. 1 tot 2 % blijft een chronisch stotterprobleem ondervinden.

Fysiologisch ontstaat stotteren door verkeerde prikkels die door de hersenen gestuurd worden. Een spier gaat op een verkeerd moment bewegen, de beweging wordt iets te lang aangehouden of een verkeerde spier beweegt. Het kind gaat daardoor herherherhalen of vvverlengen. Wanneer er meer spanning aanwezig is gaat het kind vastzitten op een klank of blokkeren.

Hoe meer spanning tijdens het spreken, hoe meer het kind het gevoel van verlies van controle krijgt. Het wil de stottermomenten weg en ontwikkelt strategieën om de verlengingen en blokkades te kunnen doorbreken. Vecht- en duwgedrag ontstaat: het kind gaat persen, duwen, kortom zich forceren om toch dàt te kunnen zeggen wat het wil zeggen.

Dit vechtgedrag is duidelijk zichtbaar en hoorbaar en vaak heel opvallend. Het kan variëren van grimassen in het aangezicht tot bewegingen met ledematen of met het ganse lichaam.

Vechtgedragingen zijn weinig doeltreffend want de stottergedragingen gaan steeds meer gespannen zijn en langer duren. Bovendien zijn ze opvallend en soms storend voor de omgeving. Het kind merkt dit wel, maar vindt het toch moeilijk om deze gedragingen niet te vertonen omdat ze een kort gevoel van controle geven: door te duwen op de stotter geraakt het kind uiteindelijk toch door de stotter (maar als het kind niet had geduwd, was het misschien sneller gegaan).

Wanneer het kind beseft dat vechtgedragingen niet altijd helpen, gaat het allerlei andere gedragingen ontwikkelen om het stotteren te verminderen of te verbergen. Zo ontstaat start-, uitstel- en vermijdingsgedrag.

Het kind verkiest deze gedragingen boven kernstottergedrag omdat het denkt dat ze minder opvallend en storend zijn en omdat ze voor het kind zelf minder confronterend zijn. Deze bijkomende gedragingen zijn echter niet gemakkelijk: het uitdokteren ervan vraagt immers meer inspanning dan de gewone stotters. Stotteren wordt hierdoor alsmaar complexer.

Tijdens de stottertherapie wordt er de complexiteit van deze gedragingen aangepakt.

 

OORZAKEN VAN STOTTEREN

De juiste oorzaak voor stotteren heeft men nog niet ontdekt. Wanneer iemand stottert is dat bepaald door de aanwezigheid van verschillende factoren. Daarom spreken wetenschappers van een ‘multifactoriële theorie’.

Men deelt deze factoren onder in 3 groepen:

ð    Factoren die stotteren veroorzaken (predisponerende factoren)

ð     Factoren die stotteren uitlokken (precipiterende factoren)

ð     Factoren die het stotteren doen voortbestaan (persisterende factoren)

1.      Factoren die stotteren veroorzaken

Een kind stottert omdat het dat in aanleg aanwezig heeft. Deze aanleg maakt dat het vatbaar is om te gaan stotteren.

Sommige kinderen kunnen stotteren in aanleg aanwezig hebben zonder dat ze ooit stotteren. Het kan ook zijn dat het stotteren maar voor een korte periode optreedt. Dit gebeurt wanneer de aanleg niet zo sterk is of wanneer er weinig factoren het stotteren uitlokken.

Aan de aanleg om te stotteren kan je niets veranderen. Je kan ze niet wegnemen of er geen medicijnen voor nemen.

2.      Factoren die stotteren uitlokken

Wanneer een kind aanleg heeft betekent dat dat het kans maakt om te gaan stotteren. Aanleg alleen is echter niet voldoende. Er moeten ook factoren aanwezig zijn die een stresserende invloed hebben op het kind. We noemen dit uitlokkende factoren omdat deze factoren de innerlijke spanning bij het kind dermate verhogen dat het begint te stotteren. We onderscheiden factoren die zich afspelen in de omgeving van het kind en factoren die zich bij het kind zelf afspelen.

ð     Voorbeelden van uitlokkende factoren die zich afspelen bij het kind zelf:

  • Een trage spraak- en taalontwikkeling
  • Hoge eisen stellen aan zichzelf wat spreken betreft
  • Weinig tolerantie voor onvloeiendheden tijdens het spreken
  • Emoties als angst, frustratie, opwinding
  • Een negatieve denkstijl
  • Overbeweeglijkheid
  • ….

ð     Voorbeelden van uitlokkende factoren die zich afspelen in de omgeving van het kind:

  • Hoge spreeksnelheid bij de luisteraar
  • De luisteraar geeft een complex taalmodel
  • Communicatiedruk of spreekdruk in de omgeving
  • Een snel levenstempo in het gezin
  • Veranderingen die spanning uitlokken
  • Hoge eisen

Stotteren ontstaat meestal in de leeftijdsperiode van 2,5 tot 5 jaar. Dit komt omdat kinderen tijdens deze periode nog volop aan het ontwikkelen zijn op alle gebied: de grove en fijne motoriek ontwikkelt zich, gedachten en gevoelens krijgen vorm, spraak en taal breidt zich uit, het kind gaat meer en meer communiceren en sociale situaties aangaan.

Het leren van iets is niet gemakkelijk en gaat gepaard met fouten maken en opnieuw proberen. Op het spreken, dat nog onvoldoende beheerst is, komt veel druk te staan: bij het kind dat aanleg heeft om te stotteren kan dat stottergedrag uitlokken.

3.     Factoren die stotteren doen voortbestaan

Wanneer een kind stottert zal het daarop gaan reageren. Eerst ontwikkelen zich allerlei gedachten en gevoelens m.b.t. stotteren, spreken en spreeksituaties. Dit komt omdat het kind voelt dat het onvloeiend is en omdat het reacties bij anderen opmerkt. Door adviezen van volwassenen en opmerkingen over het spreken van leeftijdsgenootjes krijgt het kind het gevoel dat ‘zo praten’ verkeerd is, niet mag of niet leuk is. Het wordt angstig, beschaamd of krijgt gevoelens van frustratie wanneer het stottert.

Ten gevolge van deze negatieve gedachten en gevoelens zal het kind gebruik maken van allerlei gedragingen, bijkomende reacties op de stottermomenten. Deze reacties hebben de bedoeling het stottermoment te doorbreken of niet meer te maken. Het kind gaat duwen op de klank, grimassen trekken, diep ademhalen en uiteindelijk het woord of de spreeksituatie vermijden.

Deze gedragingen maken het probleem alleen maar erger. Hoe meer het kind op het stotteren reageert, hoe meer het stotteren in ontwikkeling is. Op deze manier wordt het stotteren in stand gehouden of zelfs een probleem dat groeit!

De manier waarop het kind reageert op het stotteren is verschillend van kind tot kind. Sommige kinderen reageren zeer sterk terwijl andere kinderen bijna niet reageren. De reacties die het kind vertoont kunnen zeer wisselend zijn en variëren van moment tot moment. Na verloop van tijd wordt het reageren op stotteren een gewoonte die nog moeilijk te doorbreken is.

De manier waarop het kind reageert is bepalend voor het voortbestaan van stotteren. Daarom is het belangrijk de ontwikkeling van stotteren zoveel mogelijk af te remmen. Wanneer de omgeving van het kind meewerkt kan het kind gemakkelijker een positief gevoel over zijn spreken krijgen en kunnen secundaire gedragingen afgebouwd worden.

DIAGNOSE EN THERAPIE BIJ STOTTERENDE KINDEREN

Wanneer we een aanmelding krijgen voor een kind dat  stottert, is het belangrijk om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van het probleem en om te kijken in hoeverre het stotteren zich al ontwikkeld heeft.

Daarom wordt stottertherapie voorafgegaan door een grondig onderzoek. Het onderzoek is aangepast aan de leeftijd van het kind en heeft als doel de ernst en de verschillende kenmerken van het probleem te bepalen. Dit gebeurt aan de hand van een gesprek, video-opnames, spraakanalyses en vragenlijsten bij ouders en kind.

Aan de hand van het onderzoek wordt bepaald of het kind stottertherapie nodig heeft, op welke manier de therapie zal plaatsvinden en wat de doelstellingen zijn van therapie.

Bij het bepalen van de doelstellingen voor stottertherapie, is het belangrijk na te gaan in hoeverre het probleem zich ontwikkeld heeft en welke drukfactoren er zich voordoen. Daarom is de therapie verschillend van kind tot kind en is de leeftijd van het kind een zeer belangrijke factor wetende dat stotteren meestal op kleuterleeftijd begint.

Bij kleuters is het veelal belangrijk de ontwikkeling van stotteren tegen te gaan en spreken aangenaam te maken voor het kind. Opdat de kleuter niet gaat reageren op het stotteren, is het belangrijk dat de tolerantie voor onvloeiendheden hoog blijft.

Ouders blijven vaak aanwezig tijdens de stottertherapie. Zij leren hoe ze de communicatie-omstandigheden kunnen optimaliseren zodat zo weinig mogelijk spreekdruk aanwezig is.

Ook andere factoren die druk uitoefenen op het kind, moeten verminderd worden, dit in de omgeving en bij het kind zelf.

Ouders leren hoe ze samen met de kleuter problemen aanpakken en oplossen.

Het zelfvertrouwen van de kleuter moet hoog blijven en het gevoel van eigenwaarde moet gestimuleerd worden. Ouders spelen ook hierbij een belangrijke functie.

Daarnaast worden spreekmotorische vaardigheden gestimuleerd aan de hand van allerhande speelse oefeningen. Zo wordt meer vloeiendheid gestimuleerd.

Bij lagere schoolkinderen is het stotteren meestal al verder ontwikkeld. Daarom zullen de therapie-interventies meestal gericht zijn op het terugwikkelen van die negatieve ontwikkeling.

De kinderen leren toleranter te worden voor stotteren, negatieve gedachten en gevoelens moeten verminderd worden. Zo wordt alvast minder stotteren uitgelokt.

Aan de hand van spreektechnieken en stottercontroletechnieken, leert het kind het spreken vloeiender en gemakkelijker te maken.

De kinderen leren beter te reageren op problemen. Een voorbeeld hiervan zijn de plagerijen waar een stotterend kind dikwijls mee geconfronteerd wordt.

De kinderen leren om niet bang te zijn van de stotters. Ze leren om de stotters niet te vermijden en minder te duwen op de stotters.

DIAGNOSE EN THERAPIE BIJ VOLWASSENEN

Bij volwassenen merken we dat het stotterprobleem zich in meerdere of mindere mate heeft ontwikkeld. Daarom is het belangrijk na te gaan hoe de volwassen stotteraar naar zijn stotteren kijkt, hoe erg hij het probleem vindt, in welke mate het probleem invloed heeft op zijn sociale leven, werksituatie, algemeen gevoel van gelukkig zijn, etc.

Bij onderzoek naar stotteren wordt gekeken naar de stottergedragingen en- frequentie. De graad van spanning wordt onderzocht, secundaire gedragingen worden opgespoord en in kaart gebracht. Video-analyse en anamnesegesprek maken deel uit van het onderzoek. Vragenlijsten geven inzicht in de spreekattitude van de cliënt, de mate waarin stotteren een probleem vormt, de manier waarop de cliënt naar zijn stotteren kijkt.

De therapie bij volwassenen die stotteren is enerzijds gericht op het aanleren van vaardigheden om met het stotterprobleem om te gaan, anderzijds leren volwassenen spreektechnieken en stottercontroletechnieken die het spreken vloeiender maken en het gevoel van controle tijdens de spraak versterken.

STOTTERVRIJ OF NIET?

Een persoon die stottert wil vaak in de eerste plaats vloeiend spreken, een ouder van een stotterend kind wil hetzelfde voor het kind.

We merken dat de graad van vloeiendheid die bereikt wordt afhangt van verschillende factoren.

Wanneer kinderen stotteren, is het vaak genoeg om de beïnvloedende factoren aan te pakken. Er is minder spreekdruk en het stotteren verdwijnt. Bij kinderen die een sterke aanleg voor stotteren hebben is dat soms niet voldoende, zij hebben meer therapie nodig waarin vaardigheden worden aangeleerd om het stotterprobleem aan te pakken en de graad van vloeiendheid te verhogen.

Volwassenen die stotteren kunnen met behulp van spreektechnieken leren het spreken vloeiender te maken. Daar is veel oefening en discipline voor nodig. Sommige mensen kunnen hun spreektechniek zo goed toepassen, dat het spreken vloeiend klinkt. Hoe minder bang je bent om te zijn wie je bent, of je nu stottert of praat met een spreektechniek, hoe makkelijker het spreken zal verlopen.

Dat je na therapie vloeiend zal praten kan geen enkele therapeut je beloven, dat hangt af van zoveel verschillende factoren. Daarom blijft het belangrijk dat de therapie zich ook richt op het aanpakken van de complexiteit van stotteren. En dat je van jezelf ook mag zijn wie je bent.

Meer informatie over de praktijk vind je op https://stemenspraakcoaching.wordpress.com/

U kan telefonisch contact opnemen met Iris Puttemans op het nummer: 09/251 83 43, of via mail: irisputtemans@hotmail.com

Praktijkadres: Grondwetlaan 120, 9040 Gent, Sint-Amandsberg

Advertenties